Wanneer heeft een beleggingsfonds toegevoegde waarde
Voorbeelden van beleggingsfondsen met een toegevoegde waarde zijn regiofondsen buiten de Eurozone, zoals fondsen gericht op China, India en Afrika. Ook kunnen beleggingsfondsen toegevoegde waarde hebben als deze gericht zijn op een bepaalde sector waarvan de materie complex is, zoals biotechnologie. Op deze wijze wordt de kennis gedelegeerd aan een fondsbeheerder die kennis van zaken heeft.
Wanneer heeft een beleggingsfonds geen toegevoegde waarde
Beleggingsfondsen moeten een duidelijk toegevoegde waarde hebben. De kosten van een fonds kunnen dan opwegen tegen de expertise. Voor de meeste beleggingen geldt echter dat er veel slagvaardiger opgetreden kan worden door een rechtstreekse belegging in effecten. Naast de nodige transparantie en het op maat maken door rechtstreekse beleggingen kunnen de posities eventueel ook gecombineerd worden met opties. Bij een beleggingsfonds is dat niet mogelijk.
Kosten beleggingsfondsen
Over de kosten van beleggingsfondsen bestaat nog veel onduidelijkheid. De kosten van beleggingsfondsen worden weergegeven in de zogenaamde TER (Total Expense Ratio). Over het algemeen kan gesteld worden dat een fonds met TER van 0,8% tot de goedkoopste behoort en fondsen met een TER van 2,5% tot de duurdere. Dit zijn echter niet de enige kosten, naast de TER zijn er ook nog de aan- en verkoopkosten van het fonds (naast de transactiekosten ook de kosten van de spread tussen vraag en aanbod) en de aan- en verkoopkosten van de verschillende effecten binnen het fonds (gemiddeld 0,5% tot 1,5% per jaar). De goedkopere fondsen vindt u over het algemeen bij de obligatiefondsen, de duurdere bij de zogenaamde grensoverschrijdende fondsen. De VEB schat dat de kosten op jaarbasis uiteenlopen van 2% tot 8%.