Vermogen dat nodig is voor de directe uitgaven, bijvoorbeeld voor de eerste twee jaar, is verstandig om wel op een spaarrekening te zetten. De rente staat laag, maar gelukkig is de inflatie ook heel laag, waardoor de reële rente niet eens zo slecht is. De kans is groot dat de rente naar de toekomst toe weer aantrekt; voor langere tijd vastzetten is dan niet verstandig.
Voor het overige vermogen is geen vaststaande verdeling; daar is de markt te dynamisch voor. Verdelingen van 40% in aandelen, 50% in obligaties en 10% vastgoed gaan helemaal voorbij aan die dynamiek. Afhankelijk van de omstandigheden kies je dus voor de beste instrumenten. Door de tijd heen komen er nieuwe instrumenten bij en vallen er weer beleggingsinstrumenten af.
Gezien de huidige omstandigheden wordt er weinig inkomen gegenereerd door vastrentende waarden. Veel obligaties kunnen echter met een leuke koerswinst verkocht worden: doen! Alternatieven zijn onder andere hoog dividend uitkerende aandelen, het verzilveren van koerswinsten en werken met derivaten (opties). Een goede beleggingsportefeuille wordt dus aangepast door de tijd heen. De tijd dat je een goed inkomen haalt uit obligaties komt wel weer, maar dat kan gerust nog een aantal jaren duren.
In de tussentijd droog brood eten? Dat hoeft niet; bel ons, dan lossen we dit vraagstuk samen op, 0320 – 269529.
Leven van vermogen
De laatste 10 jaar is er een geweldige toename van het aantal beleggers dat leeft van hun vermogen; het zogenaamde rentenieren. De term ‘rentenieren’ klopt echter niet altijd, want er zijn er maar weinig die kunnen leven van de rente en zeker gezien de huidige rentestand. Als je de rekensom maakt is de rente op een spaarrekening (bij kredietwaardige banken) slechts een compensatie voor inflatie en belastingdruk. Elke euro, die je vervolgens consumeert betekent interen op vermogen. Maar hoe leef je dan van vermogen?

