1 - Instappen op het hoogtepunt
In de meeste portefeuilles zitten de zogenaamde "succesfondsen". Beleggers stappen graag in beleggingsfondsen op basis van een resultaat uit het verleden. Echter, waarom het fonds die betreffende periode goed heeft gepresteerd wordt niet onderzocht. Negen van de tien keer is het fonds dan gekocht op de top. Bij het beleggen in beleggingsfondsen komt meer kijken. Welk percentage is er bijvoorbeeld direct of indirect in dollars belegd, wat zijn de zwaarst wegende sectoren, wat zijn de kosten, wat is de gemiddelde looptijd van de obligaties, etc., etc.
2 - Niet met verlies verkopen
Op het moment dat je een fonds, aandeel of obligatie opneemt in je portefeuille heb je daar een bepaalde verwachting bij. Die verwachting moet wel bijgesteld worden als er zich veranderingen voordoen bij het desbetreffende bedrijf of de markt. Echter, die veranderingen worden niet of nauwelijks bijgehouden, er wordt puur gekeken naar de koersontwikkeling en dan is verliesnemen erg moeilijk. Vroeg of laat heb je dan slechts verliesposities in portefeuille. Oftewel, onderhoud is essentieel.
3 - Geen of verkeerd gebruik van opties
Opties kunnen een heel dankbaar beleggingsinstrument vormen. Een instrument dat past in de portefeuilles van alle soorten beleggers, zowel offensief als defensief. Het niet opnemen van opties is een gemiste kans. Het opnemen van opties of optieconstructies op een verkeerde wijze is helemaal een misser. Optiebeleggen draait om de premies, oftewel de verwachtingswaarde. Vaak wordt er precies andersom belegd; optiebeleggen vereist derhalve wel kennis en bovenal tijd om het bij te houden.
4 - Verkeerde looptijd obligaties
Bij het beleggen in vastrentende waarden (obligaties) moet de rentecurve heel goed in de gaten gehouden worden. De rente staat nu historisch laag. Om nog een beetje rendement te maken stoppen veel beleggers hun geld in langer lopende leningen, maar dat moet je dus juist niet doen. Ook moet je niet in allerlei onduidelijke producten stappen die ogenschijnlijk veel rente geven. Vaak is bij dergelijke producten niet de vraag hoe je er aan komt, maar hoe je er af komt en dan tegen welke koers?
5 - Geen continuïteit
Veel beleggers maken een start met hun beleggingsportefeuille op een relatief hoog punt op de beurs. Vol vertrouwen wordt er in de beurs gestapt, maar als de beurs vervolgens daalt is het enthousiasme snel verdwenen en wordt de portefeuille, als het ware, in de kast gegooid. Noch de belegger, noch de bankman kijken er naar om. De belegger had wat meer inzet van de bank verwacht, maar dat hebben zij eigenlijk nooit beloofd. Elke aankoopbeslissing vereist ook een vervolgbeslissing en die blijft dan vervolgens uit. Beleggen kost tijd en aan die tijd ontbreekt het vaak.